Kinderalimentatie

Kinderalimentatie kan zolang een kind de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, door een ouder die behoefte heeft aan een bijdrage aan de andere ouder worden gevraagd. De twee belangrijke maatstaven voor de bepaling van de kinderalimentatie zijn de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders. Ook stiefouders kunnen onderhoudsplichtig zijn als het kind tot het gezin van de stiefouder behoort en deze stiefouder een geregistreerd partnerschap of huwelijk is aangegaan met de ouder. Bij scheiding vervalt de onderhoudsplicht van stiefouder.

De behoefte van het kind wordt volgens een behoeftetabel vastgesteld. Hierdoor is het vaak niet nodig dat de behoefte van een kind wordt onderbouwd met een behoeftelijst.

De draagkracht van de ouders wordt sinds 1 april 2013 conform een draagkrachttabel  vastgesteld. De berekening van de draagkracht is hierdoor minder maatwerk geworden. In principe kan aan de hand van enkel uw netto inkomen, uw draagkracht berekend worden. In het geval sprake is van schulden, is het erg belangrijk dit aan uw advocaat te melden. Onder bepaalde voorwaarden kan daarmee namelijk wel rekening worden gehouden.

Nadat de behoefte en de draagkracht bekend zijn,  kan worden bepaald welk bedrag door de alimentatieplichtige dient te worden betaald aan de ouder bij wie het kind hoofdverblijf heeft. Van deze bijdrage dienen dan in principe alle verblijfsoverstijgende kosten van het kind te worden voldaan.

Sinds 1 april 2013 is ook een minimumdraagkracht van  € 25,- voor één kind en € 50,- voor twee of meer kinderen vastgesteld. Dit betekent dat zelfs als de alimentatieplichtige geen of zeer weinig inkomen tot zijn of haar beschikking heeft, het toch kan zijn dat een bijdrage dient te worden betaald. In geval van schulden, kan de draagkracht van een ouder echter in sommige gevallen door de rechter toch op € 0,- worden gesteld.

Per 1 januari 2015 zijn de fiscale wetgeving alsmede de Tremanormen ingrijpend gewijzigd. De voorheen geldende kinderalimentatie is hierdoor in veel gevallen als niet langer passend te beschouwen. Zo is onder andere het fiscaal voordeel verbonden aan kinderalimentatie voor de alimentatieplichtige komen te vervallen en is het kindgebonden budget dat de alimentatiegerechtigde ontvangt vaak hoger dan voorheen het geval was. Deze wijzigingen zijn in veel gevallen als zodanig ingrijpende wijzigingen van omstandigheden te beschouwen, dat reeds enkel op basis hiervan een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie kan worden voorgelegd aan de Rechtbank.

Ons kantoor heeft reeds een veelvoud van vaststellings- en wijzigingsverzoeken behandeld. Wij zullen u derhalve van gedegen advies en de juiste begeleiding kunnen voorzien, wanneer u wenst te achterhalen of u recht heeft op een bijdrage. Ook kunnen wij u helpen te bepalen of in uw geval sprake is van een grond tot verlaging of verhoging van de alimentatie, en zo ja, of het kosten-baten analytisch aantrekkelijk is actie te ondernemen in het bewerkstelligen van deze verlaging of verhoging. Ook wanneer uw ex-partner u verzocht heeft mee te werken aan een verlaging of verhoging van de alimentatie, zal ons kantoor u kunnen adviseren en begeleiden bij het vaststellen van welke bijdrage voor nu en in de toekomst passend is.

Kinderen tussen de 18 en 21 jaar, ook wel jongmeerderjarigen genoemd, kunnen zelfstandig van een ouder een bijdrage vragen en deze bijdrage eventueel afdwingen via de rechter. Ook na 21 jaar kan in bijzondere gevallen sprake zijn van een doorlopende onderhoudsplicht.

Een subspecialisatie van Mr. Chantal van Olst is het vertegenwoordigen van mensen bij het vaststellen van alimentatie. Door haar ruime ervaring met het berekenen van en procederen over alimentatie zal zij u een goed beeld kunnen geven van welke alimentatie in uw zaak gepast is. Vaak is het daardoor niet nodig een procedure te voeren. Wanneer een procedure echter noodzakelijk is, dan kunt u er zeker van zijn dat Mr. Chantal van Olst u betrokken en op hoog niveau zal bijstaan.